
Potmeters voor elektrische gitaar: welke heb je nodig?
Een potmeter is misschien niet het spannendste onderdeel van een elektrische gitaar. Geen glimmende pickup, geen fraaie brug en al helemaal geen onderdeel waarmee je op het podium indruk maakt. Toch hebben die kleine draaiknoppen behoorlijk veel invloed op hoe je gitaar klinkt en reageert.
250K of 500K? Logaritmisch of lineair? Een korte of lange as? 18 of 24 splines? En wat is eigenlijk een push-pull potmeter?
Geen paniek. Hieronder leggen we het uit zonder er een studie elektrotechniek van te maken.
Wat doet een potmeter in een elektrische gitaar?
Een potmeter, voluit potentiometer, is een regelbare weerstand. In een elektrische gitaar wordt hij meestal gebruikt voor:
- Volume – hoeveel signaal van de pickups naar de uitgang gaat.
- Tone – hoeveel hoge frequenties worden weggefilterd.
Aan de buitenkant zie je alleen een knop. Onder de slagplaat of in de elektronicaruimte zit de eigenlijke potmeter. Een normale gitaarpotmeter heeft drie aansluitingen, ook wel lugs genoemd. Door aan de as te draaien verandert de elektrische verhouding tussen die aansluitingen. Zo kun je het volume of de klank geleidelijk regelen.
250K, 500K of 1M?
Op potmeters voor gitaren zie je waarden zoals 250K, 500K en 1M. De K staat voor kilo-ohm. Een potmeter van 250K heeft dus een nominale weerstand van 250.000 ohm. Die waarde heeft invloed op de klank van passieve pickups.
250K – vaak bij single coils
250K potmeters worden veel gebruikt bij traditionele single-coil pickups, zoals je die bijvoorbeeld in veel Strat- en Tele-achtige gitaren tegenkomt. Een lagere potmeterwaarde belast het signaal iets sterker, waardoor wat meer hoog verloren gaat. Dat kan juist prettig zijn bij heldere single coils. Het resultaat is doorgaans een iets warmere, minder scherpe klank.
500K – vaak bij humbuckers
500K is een heel gebruikelijke waarde bij humbuckers. Humbuckers klinken van zichzelf vaak voller en donkerder dan single coils. Met een 500K potmeter blijft er meer hoog in het signaal behouden. Het resultaat is doorgaans een meer open en heldere klank dan wanneer dezelfde pickup met 250K potmeters wordt gebruikt.
1M – extra helder
1M potmeters komen minder vaak voor, maar zijn zeker niet exotisch. Ze belasten de pickup nog minder en laten daardoor relatief veel hoog behouden. Handig wanneer je bewust een erg open en heldere sound zoekt.
Een eenvoudige vuistregel:
| Pickup / toepassing | Veelgebruikte waarde |
|---|---|
| Traditionele single coil | 250K |
| Humbucker | 500K |
| P90 | 500K, soms 250K |
| Extra heldere toepassing | 1M |
| Actieve elektronica | Vaak 25K of 50K |
Let op: dit zijn geen wetten. Je mag prima experimenteren. Een humbucker met 250K wordt doorgaans wat donkerder, terwijl een single coil met 500K juist wat helderder kan worden.
Logaritmisch of lineair?
Naast de weerstandswaarde heeft een potmeter een bepaalde karakteristiek, ook wel taper genoemd.
De twee belangrijkste zijn:
Logaritmisch / audio taper
De weerstand verandert niet gelijkmatig met de draaihoek. Deze karakteristiek sluit beter aan bij de manier waarop ons gehoor veranderingen in geluidssterkte ervaart. Daardoor voelt het regelen van volume voor veel gitaristen natuurlijk aan.
Lineair
De weerstand verandert ongeveer gelijkmatig met de draaihoek. Halverwege de draaibeweging zit je elektrisch gezien dus ongeveer halverwege het weerstandsbereik. Op potmeters kom je hiervoor vaak aanduidingen tegen zoals A500K en B500K. Daarbij wordt A vaak gebruikt voor logaritmisch/audio en B voor lineair. Maar pas op: die letteraanduidingen zijn niet wereldwijd altijd hetzelfde gebruikt. Kijk bij twijfel dus naar de specificatie van de fabrikant en niet alleen naar de letter.
Vintage audio taper: de gulden middenweg?
Naast lineaire en logaritmische potmeters bestaat er nog een interessante variant: de vintage audio taper.
Zoals we hierboven zagen, bepaalt de taper hoe de weerstand verandert terwijl je aan de knop draait. Bij een lineaire potmeter verloopt die verandering gelijkmatig. Een logaritmische, of audio taper, potmeter heeft juist een verloop dat beter aansluit bij de manier waarop ons gehoor veranderingen in geluidssterkte ervaart.
Een vintage audio taper zit daar min of meer tussenin.
Bij dit type wordt vaak gesproken over een 30% audio taper. Staat de potmeter halverwege zijn draaibereik, dan zit hij elektrisch ongeveer op 30% van zijn bereik. Ter vergelijking: een typische logaritmische/audio potmeter zit op dat punt rond 10%, terwijl een lineaire potmeter rond 50% zit.
Kort samengevat:
| Type potmeter | Stand van de knop | Elektrisch ongeveer |
|---|---|---|
| Logaritmisch / audio | 50% | 10% |
| Vintage audio taper | 50% | 30% |
| Lineair | 50% | 50% |
De vintage audio taper geeft je dus een regelverloop tussen een traditionele logaritmische en een lineaire potmeter in.
Waarom is dat interessant op een gitaar?
Vooral wanneer je de volume- of toneknop tijdens het spelen regelmatig gebruikt, kan dit prettig zijn. Bij een standaard audio taper vindt een relatief groot deel van de verandering in een bepaald gedeelte van de draaibeweging plaats. Een lineaire potmeter verdeelt de elektrische verandering gelijkmatiger, maar voelt voor volume niet voor iedereen natuurlijk aan.
De 30% vintage taper vormt een mooie middenweg: geleidelijker dan een gewone audio taper, maar niet zo lineair als een echte lineaire potmeter.
Dit type taper ligt bovendien dicht bij de karakteristiek van bepaalde potmeters die in vintage Stratocaster®-achtige gitaren werden gebruikt. Vandaar de naam vintage audio taper.
Je kunt een vintage audio taper zowel voor volume als tone gebruiken. Voor gitaristen die veel met de volumeknop werken – bijvoorbeeld om tijdens het spelen van clean naar overstuurd te gaan of om volume-swells te maken – kan het andere regelverloop bijzonder prettig zijn.
En zoals zo vaak bij gitaar-elektronica geldt: 10%, 30% of 50% is op papier interessant, maar uiteindelijk bepalen je vingers en oren welke taper jij het prettigst vindt.
Welke potmeter voor volume?
Voor een volumeregeling wordt meestal een logaritmische (audio taper) potmeter gebruikt. Dat komt doordat ons gehoor zelf niet lineair reageert op geluidssterkte. Een logaritmische potmeter voelt tijdens normaal gebruik daardoor vaak natuurlijker aan. Toch is lineair niet automatisch verkeerd. Sommige gitaristen geven juist de voorkeur aan een lineaire volumepotmeter vanwege de manier waarop het volume over de draaihoek verdeeld is.
En dan komen we bij een leuke techniek waarvoor de volumeknop ineens onderdeel van je spel wordt.
De volumeknop als effect: de ‘viool-sound’
De volumeknop hoeft niet altijd op 10 te staan. Door eerst een noot of akkoord aan te slaan met het volume dicht en vervolgens de volumeknop snel en vloeiend open te draaien, verdwijnt een groot deel van de harde aanslag. De toon lijkt langzaam aan te zwellen. Dat geeft een zachte, bijna strijkstokachtige klank. Dit wordt vaak een volume swell of violin effect genoemd.
Bij deze speeltechniek kan een lineaire volumepotmeter erg prettig zijn. De verandering van de weerstand is gelijkmatiger over de draaihoek, waardoor de volumeknop voor sommige spelers beter doseerbaar is tijdens snelle swells. Een geschikte audio-taper kan het eveneens prima doen; uiteindelijk zijn de precieze taper van de potmeter en je persoonlijke techniek minstens zo belangrijk als het etiket ‘lineair’ of ‘logaritmisch’.
Wil je de volumeknop echt als onderdeel van je speeltechniek gebruiken? Dan is het dus zeker interessant om beide uit te proberen.
Een aantal bekende gitaristen heeft de volumeknop nadrukkelijk gebruikt voor dynamiek en volume-swells. Luister naar Roy Buchanan, Rory Gallagher, Joe Bonamassa, Jeff Beck en David Gilmour; gitaristen die veel gebruik maken van de volume-swell techniek.
Het leuke is dat je voor deze techniek in principe niets extra’s nodig hebt. Geen pedaal, geen batterij en geen ingewikkelde elektronica. Alleen een volumeknop die prettig draait, een geschikte taper en een beetje oefening.
Welke potmeter voor tone?
Hier wordt het iets minder zwart-wit. Voor een tone-regeling worden zowel logaritmische als lineaire potmeters gebruikt. Welke het prettigst werkt, hangt af van het circuit en van de gewenste verdeling over de draaibeweging. Een audio taper wordt veel toegepast en kan een prettig bruikbaar regelbereik geven. Lineaire potmeters worden eveneens gebruikt wanneer een andere verdeling van de regeling gewenst is.
Kortom: verwacht niet dat iedere gitaar dezelfde combinatie gebruikt.
Als je een bestaande gitaar repareert en tevreden bent over de werking, is de eenvoudigste aanpak meestal: vervang de potmeter door hetzelfde type en dezelfde waarde.
De condensator hoort bij de tone-potmeter
Een tone-potmeter doet zijn werk niet alleen. In een traditionele passieve tone-regeling zit ook een condensator. Samen bepalen potmeter en condensator hoeveel hoge frequenties naar massa kunnen worden afgevoerd. Veelvoorkomende condensatorwaarden zijn bijvoorbeeld:
- 0,022 µF (22 nF) – veel gebruikt bij humbuckers.
- 0,047 µF (47 nF) – veel gebruikt bij single coils.
- Andere waarden, zoals 0,033 µF, worden gebruikt om het gedrag verder naar smaak af te stemmen.
Hoe groter de capaciteit, hoe sterker de tone-regeling doorgaans richting lagere frequenties ingrijpt wanneer je hem dichtdraait.
Ook hier geldt: bovenstaande combinaties zijn traditie, geen verplichting.
Waarom klinkt mijn gitaar anders met een andere potmeterwaarde?
Een passieve pickup, potmeter, condensator en kabel vormen samen een elektrisch netwerk. De volumepotmeter is dus niet alleen een handige kraan die het signaal harder of zachter zet. De potmeter belast de pickup. Een lagere weerstand, bijvoorbeeld 250K in plaats van 500K, dempt de resonantie van de pickup sterker. Daardoor klinkt het geheel meestal wat minder helder. Daarom kan alleen het vervangen van een potmeter al hoorbaar verschil maken, zonder dat je de pickup vervangt. Verwacht overigens geen wonderen. Een 500K potmeter verandert een goedkope humbucker niet spontaan in een handgewikkeld meesterwerk. Was het maar zo makkelijk.
Tolerantie: 500K is niet altijd precies 500K
Potmeters hebben een productietolerantie. Een potmeter waarop 500K staat, kan in werkelijkheid boven of onder die waarde meten. Hoe groot de afwijking mag zijn, hangt af van het type en de fabrikant. Dat betekent ook dat twee gitaren met op papier exact dezelfde elektronica nét iets anders kunnen reageren. Wil je het precies weten? Meet de potmeter dan met een multimeter. Voor gitaristen die erg precies zijn over hun sound kunnen geselecteerde of gematchte potmeters daarom interessant zijn.
Diameter van de behuizing
Gitaarpotmeters bestaan in verschillende formaten. Veelvoorkomend zijn grotere modellen van ongeveer 24 mm en compactere mini pots van ongeveer 16 mm. Een grote potmeter kan degelijk en prettig zijn, maar past simpelweg niet in iedere elektronicaruimte. Mini-potmeters zijn handig wanneer de beschikbare ruimte beperkt is.
Korte of lange schacht
De schacht of bushing is het gedeelte dat door de body, slagplaat of control plate steekt. Bij een dunne metalen control plate of slagplaat is meestal geen extreem lange schacht nodig. Bij gitaren waarbij de potmeter rechtstreeks door een relatief dikke houten top wordt gemonteerd, kan juist een long shaft uitvoering nodig zijn. Meet dit vóór je bestelt. Dat scheelt een berg creatieve krachttermen aan de werkbank..
Diameter van de as
Niet iedere potmeter heeft dezelfde asdiameter. Bij gitaren kom je onder andere metrische en inch-maten tegen. Dat is vooral belangrijk omdat de knop op de as moet passen. Een bestaande knop past dus niet automatisch op iedere nieuwe potmeter.
Split shaft
Een split shaft is bovenaan gespleten en voorzien van kartels, de zogenaamde splines. Een push-on knop wordt hierop gedrukt. En juist bij die splines gaat het regelmatig mis bij het bestellen van een nieuwe potmeter of knop.
18 of 24 splines: klein verschil, groot probleem
Bij split-shaft potmeters kom je vaak uitvoeringen tegen die worden aangeduid als 18-spline en 24-spline. De splines zijn de kleine verticale karteltjes rondom de as. Ze zorgen ervoor dat een opdrukknop stevig op de potmeter blijft zitten.
18 splines (ook wel coarse spline genoemd) worden vaak geassocieerd met grovere vertanding en komen veel voor bij metrische potmeters.
24 splines (ook wel fine spline) hebben een fijnere vertanding en komen veel voor bij potmeters en knoppen volgens Amerikaanse/inch-specificaties.
Belangrijk: bij een gespleten as kan er verwarring ontstaan over hoe de splines worden geteld. Fabrikanten en verkopers kunnen de vertanding verschillend omschrijven. Controleer daarom bij een nieuwe potmeter of knop altijd de daadwerkelijke specificaties van beide onderdelen. Een knop voor de ene vertanding past niet netjes op de andere. Soms lijkt het alsof hij ‘bijna’ past. Dat is meestal het moment om te stoppen met harder duwen. Want harder duwen is bij gitaarreparatie opvallend vaak het begin van een nieuw probleem.
Solid shaft
Een solid shaft is massief en heeft meestal geen splines voor een push-on knop. Knoppen voor dit type worden doorgaans met een klein stelschroefje op de as vastgezet. Dit zie je bijvoorbeeld bij veel metalen dome- en barrelknoppen. Controleer bij het kiezen van een potmeter daarom altijd:
past de potmeter in de gitaar én past mijn knop op de potmeter?
Push-pull potmeters: draaien én schakelen
Een gewone potmeter kan alleen draaien. Een push-pull potmeter heeft daaronder een extra schakelaar. Je kunt de knop omhoog trekken en weer indrukken. Daarmee bedien je een elektrische schakelaar zonder een extra mini-toggle in je gitaar te hoeven boren. Dat opent een hele verzameling mogelijkheden. Een push-pull potmeter kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor:
- Coil split – één spoel van een geschikte humbucker uitschakelen.
- Series/parallel – de spoelen van een pickup anders met elkaar verbinden.
- Phase switching – de elektrische fase van een pickup omkeren.
- Pickup-combinaties – bijvoorbeeld een pickup inschakelen die met de normale pickup-selector niet beschikbaar zou zijn.
- Tone bypass – bepaalde onderdelen van de tone-schakeling omzeilen.
Belangrijk: een push-pull potmeter maakt deze functies niet vanzelf mogelijk. De pickups en bedrading moeten geschikt zijn en alles moet correct worden aangesloten. Voor een coil split heb je bijvoorbeeld een humbucker nodig waarbij de relevante spoelaansluitingen afzonderlijk bereikbaar zijn. Bij veel humbuckers betekent dit een uitvoering met vieraderige aansluitkabel.
Push-push: hetzelfde idee, ander gevoel
Er bestaan ook push-push potmeters. Daarbij hoef je de knop niet omhoog te trekken. Je drukt hem in om te schakelen en drukt nogmaals om terug te schakelen. Elektrisch kunnen push-pull en push-push voor vergelijkbare functies worden gebruikt. Het verschil zit vooral in de bediening.
Potmeters met ingebouwde schakelaars
Naast push-pull en push-push bestaan er meer varianten, bijvoorbeeld potmeters met:
- een schakelaar aan het einde van de draaibeweging;
- meerdere schakelstanden;
- concentrische assen;
- speciale no-load functies.
Een concentrische potmeter heeft twee regelingen op één positie, meestal met twee knoppen boven elkaar. Handig als je meer functies wilt zonder extra gaten te boren.
Wat is een no-load tone pot?
Een no-load potmeter is interessant voor tone-regelingen. Op de maximale stand wordt de potmeter elektrisch uit het tone-circuit gehaald. Hierdoor belast de tone-regeling de pickup op die stand vrijwel niet meer. Het verschil kan subtiel zijn, maar het resultaat kan iets meer helderheid en aanwezigheid geven.
Voor knutselaars die graag dat laatste beetje hoog willen bewaren is dat een leuke optie.
Treble bleed bij de volumepotmeter
Ken je dit?
Je draait je gitaarvolume terug en behalve zachter wordt de gitaar ineens ook een stuk doffer. Dat komt doordat bij een traditionele passieve volumeregeling tijdens het terugdraaien relatief veel hoog verloren kan gaan. Een treble bleed circuit kan dat verminderen. Hierbij wordt een kleine condensator, soms gecombineerd met een weerstand, bij de volumepotmeter geplaatst. Daardoor blijft tijdens het terugdraaien meer hoog behouden.
Er bestaan verschillende treble-bleed schakelingen en waarden. Welke het prettigst werkt hangt af van pickups, potmeterwaarde, kabel, versterker en persoonlijke voorkeur. Voor gitaristen die hun volumeknop veel tijdens het spelen gebruiken, kan een treble bleed extra interessant zijn.
En actieve pickups?
Bij actieve pickups gelden andere regels.
Actieve systemen hebben doorgaans een veel lagere uitgangsimpedantie en gebruiken daarom vaak potmeters van bijvoorbeeld 25K of 50K in plaats van 250K of 500K. Monteer dus niet automatisch een 500K potmeter omdat er toevallig een humbucker in de gitaar zit. Controleer bij actieve pickups altijd wat de fabrikant voorschrijft.
Kan ik 250K en 500K combineren?
Zeker. Dat kan bijvoorbeeld interessant zijn bij een gitaar met zowel humbuckers als single coils. De humbucker voelt zich traditioneel vaak prettig bij 500K, terwijl een heldere single coil juist vaak met 250K wordt gecombineerd. Er bestaan verschillende schakelingen om pickups verschillende belastingen te laten ‘zien’. Met extra weerstanden en slimme bedrading kun je een gitaar met gemengde pickups verder optimaliseren. Voor een eenvoudige verbouwing hoeft dat overigens niet altijd. Soms klinkt één gekozen waarde voor alle pickups gewoon prima.
Uiteindelijk beslist je oor.
Tot slot
Een potmeter kost maar een fractie van wat een goede pickup of versterker kost, maar is wel een belangrijk onderdeel van de hele signaalketen. De juiste keuze draait om drie dingen:
elektrisch de juiste waarde, mechanisch de juiste maat en een regelkarakteristiek die prettig aanvoelt.
Voor de meeste traditionele passieve gitaren kom je met 250K en 500K een heel eind. Daarna kun je het zo eenvoudig of zo uitgebreid maken als je zelf wilt: andere condensatoren, treble bleed, no-load tone, push-pull schakelingen, coil splits, serie/parallel…
Welkom bij gitaar-elektronica.
