
Gitaarsnaren: dik, dun, rond, plat, gecoat… welke snaar heb je nodig?
Gitaarsnaren.
Zes draadjes op een gitaar, vier dikke kabels op een bas en bij een klassieke gitaar een verzameling nylonachtige snaren. Hoe ingewikkeld kan het zijn?
009 of 010? Nickel plated of pure nickel? Phosphor bronze of 80/20 bronze? Roundwound, flatwound of halfround? Hex core of round core? Coated of ongecoat? Normal tension of high tension? En waarom kost het ene setje een paar euro en het andere een veelvoud daarvan?
Eerst even de basis: hoe zit een gitaarsnaar in elkaar?
Niet iedere snaar is simpelweg één stuk draad. De dunste snaren van een elektrische of western gitaar zijn meestal plain strings: één massieve staaldraad. Dikkere snaren zijn meestal wound strings. Die bestaan uit minimaal twee onderdelen:
De kern – core
Dit is de draad in het midden van de snaar. De kern zorgt voor een belangrijk deel voor de mechanische sterkte en spanning.
De omwikkeling – wrap wire
Rond de kern wordt een tweede draad gewikkeld. Het materiaal en de vorm daarvan hebben grote invloed op klank, speelgevoel en levensduur.
Bij sommige snaren komen daar coatings, meerdere wikkelingen of andere constructiedetails bij. Een bassnaar is daardoor eigenlijk een klein stukje kabeltechniek.
Round core
De oorspronkelijke constructie van veel omwonden snaren gebruikt een ronde kerndraad. De wikkeldraad ligt rond deze gladde ronde kern. Round-core snaren kunnen daardoor relatief soepel aanvoelen en worden vaak gewaardeerd om hun volle, organische klank en flexibiliteit. Een aandachtspunt is dat de wikkeldraad minder mechanische grip op een ronde kern heeft. Bij sommige round-core snaren is het daarom belangrijk dat je de snaar niet zomaar op lengte knipt voordat hij goed is vastgezet of omgebogen bij het stemmechaniek. Anders kan de buitenwikkeling loskomen van de kern.
Hex core
Tegenwoordig hebben veel omwonden gitaar- en bassnaren een hexagonale kern. In doorsnede lijkt die een beetje op een zeskantig boutje. Wanneer de buitenste draad strak om deze kern wordt gewikkeld, grijpt hij als het ware om de zes hoeken heen. Dat heeft een paar voordelen:
- de wikkeling zit stevig vast;
- de snaar is goed reproduceerbaar te fabriceren;
- de snaar voelt doorgaans wat steviger aan;
- de snaar blijft mechanisch stabiel;
- intonatie en stemming zijn goed voorspelbaar.
Hex core is daarom tegenwoordig een zeer gebruikelijke constructie.
Roundwound: de standaard
Kijk met een vergrootglas naar een normale omwonden gitaarsnaar en je ziet allemaal kleine ribbeltjes. Dat is een roundwound snaar. Bij roundwound snaren wordt een ronde draad om de kern gewikkeld. Omdat de wikkeldraad rond is, ontstaat aan de buitenkant een geribbeld oppervlak. Roundwound snaren zijn verreweg het meest gebruikelijk op elektrische gitaren, western gitaren en moderne basgitaren. Het nadeel is dat vuil, huidvet en zweet gemakkelijk tussen de windingen terechtkomen. Ook hoor je bij het verschuiven van je vingers over de snaren duidelijker het bekende snaarpiepje. Voor rock, blues, pop, funk, metal en eigenlijk het grootste deel van de moderne gitaarmuziek is roundwound de normale uitgangspositie.
Flatwound: glad en warm
Bij flatwound snaren wordt een platte lintvormige draad om de kern gewikkeld. Daardoor ontstaat een veel gladder oppervlak. Het verschil voel je onmiddellijk; Je vingers glijden gemakkelijker over de snaar en het schuifgeluid is veel minder aanwezig.
Flatwounds klinken doorgaanswarmer, ronder, minder fel en minder rijk aan hoge boventonen. Ze zijn populair bij jazzgitaristen, maar ook bijzonder interessant op basgitaar. Op bas leveren flatwounds die typische volle, ronde, enigszins ouderwetse basrespons die je associeert met veel muziek uit de jaren zestig en zeventig. Merken als La Bella zijn bijvoorbeeld beroemd geworden met flatwound bassnaren. Ook Rotosound, Fender, GHS en andere fabrikanten hebben flatwound sets.
Halfround en groundwound
Tussen roundwound en flatwound bestaan ook tussenvormen. Bij halfround, groundwound of vergelijkbare constructies wordt geprobeerd een deel van het heldere karakter van roundwounds te combineren met een gladder oppervlak. Dat kan bijvoorbeeld door een roundwound snaar na het wikkelen gedeeltelijk glad te slijpen of te polijsten. Het resultaat zit qua gevoel en klank ergens tussen roundwound en flatwound in. Interessant wanneer je minder vingergeluid wilt, maar een echte flatwound te donker vindt.
Tapewound
Vooral bij basgitaar kom je ook tapewound snaren tegen. Daarbij wordt rondom de snaar een gladde kunststofachtige tape gebruikt, vaak zwart nylon. Het resultaat is een zeer gladde snaar met een warme, zachte en bijna contrabasachtige klank. Tapewounds zijn leuk op fretless bas, maar zeker niet uitsluitend daarvoor bedoeld.
Materialen voor elektrische gitaar
Bij elektrische gitaar moet de snaar goed samenwerken met de magnetische pickups. Daarom worden magnetisch geschikte metalen gebruikt.
Nickel plated steel
Nickel plated steel, vaak afgekort tot NPS, is waarschijnlijk de meest gangbare moderne elektrische-gitaarsnaar. De omwikkeling bestaat uit vernikkeld staal.
Het levert een goede combinatie van helderheid, output, warmte, attack en levensduur. Het is niet toevallig dat heel veel standaardsets van merken als Ernie Ball, Fender, GHS en Elixir rond dit materiaal zijn opgebouwd. Als je niet weet waar je moet beginnen, is nickel plated steel een prima vertrekpunt.
Pure nickel
Bij pure nickel wordt voor de buitenwikkeling een veel hoger aandeel nikkel gebruikt dan bij nickel plated steel. Deze snaren worden sterk geassocieerd met de klank van oudere elektrische gitaren uit de jaren vijftig en zestig. Ze klinken doorgaans wat warmer, zachter in het hoog, minder agressief en vintage-achtiger. Voor blues, classic rock en oude Fender- of Gibson-achtige sounds kunnen pure-nickel snaren erg interessant zijn.
Stainless steel
Stainless steel snaren klinken doorgaans helder en direct. Ze zijn interessant wanneer je veel attack en definitie zoekt. Op basgitaar zijn roestvrijstalen roundwounds bijzonder populair voor heldere, agressieve sounds. Ze kunnen onder de vingers ook wat anders aanvoelen dan nickel-plated snaren.
Snaardiktes: wat betekent .009 eigenlijk?
De dikte van een gitaar- of bassnaar wordt meestal opgegeven in duizendsten van een inch. Een set wordt vaak aangeduid met alleen de dunste en dikste snaar.
Bijvoorbeeld .009–.042 of .010–.046
Veelgebruikte diktes voor elektrische gitaar
Een paar bekende voorbeelden:
| Set | Globale omschrijving |
|---|---|
| .008–.038 | Extra licht |
| .009–.042 | Licht |
| .009–.046 | Hybrid |
| .010–.046 | Normaal / medium-light |
| .010–.052 | Light top / heavy bottom |
| .011–.048/.049 | Zwaarder |
| .012–.052 | Heavy |
De precieze samenstelling verschilt per fabrikant. Een .010-set van het ene merk hoeft dus niet exact dezelfde snaardiktes te bevatten als een .010-set van een ander merk.
Hybrid sets
Een interessante optie is een hybrid set. Daarbij worden relatief dunne hoge snaren gecombineerd met dikkere lage snaren. Je kunt dan gemakkelijk bends maken op de hoge snaren, terwijl de lage snaren stevig blijven bij riffs en stevige aanslag. Handig voor rock en metal en voor gitaristen die lager stemmen.
Mensuur maakt verschil
Dezelfde set snaren voelt niet op iedere gitaar hetzelfde. Een Fender-achtige gitaar heeft vaak een mensuur van ongeveer 25,5 inch, terwijl veel Gibson-achtige gitaren rond 24,75 inch zitten. Bij dezelfde snaar en stemming voelt de langere mensuur strakker aan. Daarom kan een .010-set op een Les Paul prettiger en soepeler voelen dan dezelfde set op een Stratocaster.
Lagere stemmingen
Stem je de gitaar lager, dan neemt de snaarspanning af. Een normale .009-set kan in een flinke drop-tuning daardoor aanvoelen als een verzameling waslijnen op een winderige camping. Dikkere snaren helpen de spanning terug te brengen. Daarom bestaan er sets met bijvoorbeeld een dunne bovenkant en extra dikke lage snaren, en speciale sets voor bariton-, 7- en 8-snarige gitaren.
Western gitaar: staal, maar anders
Een western of steel-string akoestische gitaar gebruikt eveneens stalen snaren, maar de omwikkeling verschilt meestal van elektrische-gitaarsnaren. Twee materialen kom je bijzonder vaak tegen.
80/20 Bronze
80/20 bronze bestaat traditioneel uit ongeveer 80% koper en 20% zink. Technisch gezien lijkt het daardoor meer op messing dan op wat een metaalbewerker normaal brons zou noemen. Maar gitaristen noemen het gewoon bronze. 80/20-snaren klinken doorgaans helder, sprankelend, en behoorlijk direct wanneer ze nieuw zijn.
Phosphor bronze
Phosphor bronze bevat koper met tin en een kleine hoeveelheid fosfor. Deze snaren klinken doorgaans iets warmer en voller dan 80/20 en behouden hun klankeigenschappen vaak goed. Phosphor bronze is tegenwoordig een enorm populaire keuze voor western gitaar.
Dikte bij western gitaar
Akoestische steel-string gitaren gebruiken doorgaans wat zwaardere snaren dan elektrische gitaren. Veel voorkomende uitgangspunten zijn bijvoorbeeld:
.010–.047 – extra/light
.011–.052 – custom/light
.012–.054 – light
.013–.056 – medium
De naamgeving verschilt per fabrikant. Een .012-set wordt op een western vaak gewoon als Light verkocht, terwijl .012 op elektrische gitaar al behoorlijk stevig is. Controleer dus altijd de daadwerkelijke maten op de verpakking en niet alleen het woord Light.
Waarom dikkere snaren op een akoestische gitaar?
Een akoestische gitaar moet de energie van de snaar mechanisch overbrengen op het bovenblad. De kast is tenslotte je versterker. Daarom werken wat zwaardere snaren vaak goed om het bovenblad stevig aan te drijven. Maar monteer niet zonder nadenken extreem zware snaren op iedere akoestische gitaar. Zeker bij oude, kwetsbare of bijzonder licht gebouwde instrumenten is het verstandig te controleren welke snaarspanning geschikt is.
Klassieke gitaar: geen stalen snaren!
Een klassieke gitaar is ontworpen voor een heel ander type snaar en snaarspanning. De drie hoge snaren zijn traditioneel van nylon of een modern synthetisch alternatief. De drie bassnaren hebben meestal een kern van fijne kunststofvezels met daaromheen een metalen wikkeling.
Vroeger werden overigens darmsnaren gebruikt. Nylon werd later het praktische moderne alternatief.
Normal, hard en extra hard tension
Bij klassieke snaren praat je meestal niet over .009 of .010. Daar wordt eerder gesproken over:
- low/light tension;
- normal tension;
- hard/high tension;
- extra hard tension.
De exacte spanning verschilt per fabrikant en set.
Normal tension
Voelt relatief soepel en comfortabel. Een prima uitgangspunt voor veel klassieke gitaristen.
High tension
Voelt strakker en kan een stevige, directe respons geven.
Extra high tension
Nog steviger. Niet automatisch beter, wel anders.
Welke spanning prettig is hangt af van gitaar, mensuur, techniek en persoonlijke voorkeur.
Flamenco-snaren
Een flamencogitaar gebruikt in principe hetzelfde soort snaarsysteem als een klassieke gitaar, maar flamencospelers zoeken vaak andere eigenschappen.
Veel flamencogitaristen houden van:
- snelle attack;
- heldere respons;
- directe aanslag;
- relatief lage actie;
- een snaar die snel reageert op rasgueado en picado.
Daarom bestaan speciale flamenco sets. Deze kunnen andere materialen, spanningen of bassnaarconstructies gebruiken dan traditionele klassieke sets. Dat betekent niet dat een flamencosnaar alleen op een flamencogitaar mag. Ook hier: experimenteren mag.
Bassnaren
Bassnaren volgen veel van dezelfde principes als elektrische-gitaarsnaren, maar alles is een maatje steviger. Een normale vier-snarige bas gebruikt bijvoorbeeld ongeveer:
.040–.095
.045–.100
of
.045–.105
Een veelgebruikte standaardset is .045–.105.
Vijf-snarige bassen voegen daar vaak een lage B van ongeveer .125 tot .135 aan toe.
Roundwound bassnaren
De moderne standaard.
Veel helderheid, attack en boventonen.
Voor slap, rock, funk en moderne bassounds zijn roundwounds enorm populair.
Een klassiek voorbeeld is Rotosound Swing Bass 66, een beroemde roestvrijstalen roundwound bassnaar.
Flatwound bassnaren
Flatwounds vormen bijna een wereld op zichzelf.
Ze klinken doorgaans warm en gecontroleerd, met minder hoge boventonen en vingergeluid.
Voor soul, Motown, jazz, reggae en vintage pop kunnen ze fantastisch zijn.
Een beroemd voorbeeld zijn de La Bella Deep Talkin’ Bass flatwounds.
Flatwounds kunnen bovendien heel lang meegaan. Sommige bassisten vervangen ze nauwelijks.
Er bestaan bassisten die hun flatwounds zo lang laten zitten dat de snaren waarschijnlijk inmiddels stemrecht hebben.
Tapewound bassnaren
Bij tapewounds zit rondom de snaar een gladde kunststofachtige buitenlaag.
Ze voelen bijzonder soepel aan en geven een warme, zachte toon.
Ze zijn populair voor fretless, maar werken ook uitstekend op gewone fretted bassen wanneer je een ronde, donkere sound zoekt.
Long scale, short scale en medium scale
Bij bassnaren moet je naast de dikte ook letten op de schaallengte waarvoor de snaar bedoeld is.
Je ziet bijvoorbeeld:
- short scale;
- medium scale;
- long scale;
- extra/super long scale.
Dit gaat niet simpelweg over de totale lengte van de snaar.
De positie waar de dikke winding dunner wordt richting het stemmechaniek moet bij je bas passen.
Koop daarom bassnaren die geschikt zijn voor de constructie en mensuur van je instrument.
Coated strings: waarom een coating?
De natuurlijke vijand van een snaar is niet een Marshall-stack op stand 11.
Het is jij.
Zweet, huidvet, vocht en vuil komen tijdens het spelen op en tussen de windingen terecht. Hierdoor kunnen snaren corroderen en geleidelijk hun heldere boventonen verliezen.
Daarom bestaan coated strings.
Een zeer dunne beschermende laag helpt vuil en vocht buiten te houden.
Het voordeel:
- langere levensduur;
- langer een frisse klank;
- vaak minder vingergeluid;
- een gladder gevoel.
Mogelijke nadelen:
- hogere prijs;
- ander gevoel onder de vingers;
- soms een subtiel andere attack of klank.
Of je dat prettig vindt is persoonlijk.
Verschillende manieren van coaten
Niet iedere ‘coated string’ is hetzelfde.
Sommige fabrikanten behandelen het materiaal of de wikkeldraad vóór het wikkelen.
Andere beschermen de uiteindelijke snaar.
Ook bestaan behandelingen die meer op een extreem dunne oppervlaktebehandeling lijken dan op een duidelijk voelbare coating.
Het doel is steeds ongeveer hetzelfde:
corrosie en vervuiling vertragen zonder de snaar dood te maken.
Elixir: POLYWEB, NANOWEB en OPTIWEB
Elixir is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld wanneer gitaristen over coated strings praten.
Het merk gebruikt verschillende coatings die bewust een ander speelgevoel en klankkarakter geven.
POLYWEB
POLYWEB heeft een zeer glad speelgevoel en een relatief warme klank.
De coating is duidelijker aanwezig dan bij de dunnere varianten.
NANOWEB
NANOWEB is dunner en voelt meer als een traditionele snaar.
De klank is wat helderder en het speelgevoel blijft glad.
OPTIWEB
OPTIWEB wordt gebruikt op elektrische-gitaarsnaren en is ontwikkeld om zo dicht mogelijk bij het gevoel en de frisse attack van een ongecoate snaar te komen.
Elixir beschermt daarbij niet alleen het buitenoppervlak maar ook de ruimtes tussen de windingen.
Welke coating het beste is?
Dezelfde conclusie als bij ongeveer iedere andere snaar:
probeer het.
Je vingers zijn uiteindelijk betere recensenten dan een specificatieblad.
Wanneer moet je snaren vervangen?
Daar bestaat helaas geen kilometerteller voor.
Een snaar kan aan vervanging toe zijn wanneer:
- hij dof begint te klinken;
- hij slecht intoneert;
- stemmen lastiger wordt;
- er zichtbare corrosie ontstaat;
- de onderkant beschadigd is door de frets;
- de snaar stroef of vies aanvoelt.
Hoe lang dat duurt verschilt enorm.
Iemand die dagelijks speelt en veel zweet kan ongecoate snaren vrij snel verslijten.
Een andere gitarist speelt maanden op hetzelfde setje.
Coated strings kunnen interessant zijn wanneer snaren bij jou snel corroderen of wanneer je een gitaar hebt die niet iedere dag wordt gebruikt maar wel speelklaar moet blijven.
Nieuwe snaren oprekken
Nieuwe snaren rekken na montage nog een beetje.
Daardoor lijkt het soms alsof je gitaar de eerste uren voortdurend ontstemt.
Na het monteren kun je de snaar voorzichtig een aantal keren van de toets wegtrekken en opnieuw stemmen.
Niet proberen de boog van Robin Hood na te doen.
Gewoon voorzichtig oprekken, opnieuw stemmen en een paar keer herhalen.
Moet je bij een andere snaardikte de gitaar opnieuw afstellen?
Soms wel.
Wanneer je bijvoorbeeld van .009 naar .010 gaat, verandert de totale snaarspanning.
Daardoor kunnen veranderen:
- de kromming van de hals;
- de actie;
- de positie van een tremolo;
- de intonatie.
Bij een kleine verandering valt het soms mee.
Ga je van .009 naar .012, verander je tegelijkertijd van stemming of monteer je een heel andere snaarconstructie, dan is een nieuwe setup vaak verstandig.
Bij een zwevende tremolo zoals een Floyd Rose merk je veranderingen in snaarspanning extra snel.
Merken: veel keuze, weinig absolute waarheid
Er zijn ontzettend veel goede snaarfabrikanten.
Een paar bekende namen die je vaak tegenkomt:
Ernie Ball – enorm bekend bij elektrische gitaristen en bassisten, met veel verschillende materialen en gauges.
Rotosound – Brits merk met een lange geschiedenis, bijzonder bekend om elektrische gitaar- en bassnaren.
La Bella – sterk geassocieerd met klassieke snaren, flatwound bassnaren en bijzondere constructies zoals tapewounds.
Martin – vanzelfsprekend een belangrijke naam bij western- en akoestische gitaarsnaren.
Darco – eveneens bekend van betaalbare gitaar- en akoestische snaren.
Fender – levert naast gitaren en versterkers ook een breed assortiment elektrische gitaar- en bassnaren.
GHS – bekend van onder andere Boomers en allerlei elektrische, akoestische en bassnaren.
Elixir – vooral bekend geworden door zijn coated strings en lange levensduur.
Het ene merk is niet automatisch beter dan het andere.
De verschillen zitten in materiaal, constructie, spanning, coating, gevoel, klank én persoonlijke voorkeur.
Welke snaren moet ik hebben?
Een paar simpele uitgangspunten.
Elektrische gitaar
Wil je een normale, veelzijdige snaar?
Begin bijvoorbeeld met:
.009–.042 wanneer je een soepel gevoel wilt.
.010–.046 wanneer je iets meer weerstand prettig vindt.
Nickel plated steel roundwound is een prima standaardkeuze.
Western gitaar
Een .012 phosphor bronze set is voor heel veel steel-string akoestische gitaren een logisch vertrekpunt.
Wil je minder spanning, kijk dan naar .011 of eventueel .010.
Wil je juist een helderdere, frisse attack, probeer dan ook eens 80/20 bronze.
Klassieke gitaar
Begin bij een goede normal tension nylon set.
Van daaruit kun je experimenteren met high tension, fluorocarbon trebles of speciale bassnaren.
Flamenco
Kijk naar een speciale flamencoset wanneer je een snelle, directe respons zoekt.
Maar laat je niet tegenhouden om verschillende tensions en materialen uit te proberen.
Basgitaar
Voor een moderne vier-snarige bas is een .045–.105 nickel roundwound een heel bruikbaar uitgangspunt.
Wil je vintage, warm en glad?
Probeer flatwounds.
Wil je extra helder en agressief?
Kijk eens naar stainless-steel roundwounds.
Wil je heel warm en soepel?
Dan worden tapewounds interessant.
Tot slot
Snaren zijn misschien wel de goedkoopste manier om het karakter en speelgevoel van een gitaar merkbaar te veranderen.
Je kunt experimenteren met:
dikte, spanning, kern, wikkeling, materiaal en coating.
Een .009 nickel-plated roundwound voelt totaal anders dan een zware pure-nickel snaar. Een phosphor-bronze westernset gedraagt zich anders dan 80/20 bronze. Een bas met verse stainless roundwounds kan klinken alsof hij je komt aanvallen, terwijl dezelfde bas met flatwounds ineens denkt dat het weer 1964 is.
En geen van beide is beter.
De juiste snaar is uiteindelijk de snaar die goed voelt onder je vingers, bij je instrument past en de klank geeft die jij zoekt.
Gelukkig zijn snaren relatief eenvoudig te vervangen.
